Dino BUZZATI, De ronde van Italië (Veen, Utrecht, 1990, vert.)
Literaire kroniek van de Giro van 1949, met de epische strijd tussen Coppi en Bartali.
Een fragment:
Nu is het sprookje uit. De dolende ridders, de pelgrims, de gekken, de monniken zijn weer thuis: gewone mannen bij hun moeders, vrouwen en kinderen; vrij maar een beetje triest. Het spandoek van de tussensprint ligt weer netjes opgevouwen in de kast van de rijwielvereniging […] De aluminium drinkbus die Gino Bartali geërgerd heeft weggegooid drie kilometer voorbij Cerviere is gevonden door een schaapherder en bengelt nu aan zijn riem. In een greppel tussen Cagli en Acqualagna hebben
de mieren al de helft opgevreten van de zwerfhond die door een wagen van de karavaan was overreden. En de kartonnen bordjes die aan de voet van de Pordoi op de lariksen waren vastgespijkerd met de vermaning "Supporters, gelieve de renners niet te hinderen" worden langzaam maar zeker verteerd door zon, wind en regen. Het leek of er nooit een einde aan zou komen, maar nu is het alweer verleden tijd […]
En volgend jaar, in mei, zal opnieuw het startsein gegeven worden, en het jaar daarop weer, enzovoort, van lente tot lente zal het sprookje herleven. Tot verstandige mensen zullen zeggen dat het absurd is om door te gaan; in die tijd zullen fietsen zeldzaam zijn geworden, bijna lachwekkende stukken oud roest, alleen nog gebruikt door een paar nostalgische maniakken, en er zullen stemmen opgaan die de Giro verguizen.
Nee fiets, niet toegeven! Wij zullen dan waarschijnlijk dood en begraven zijn, Coppi zal een mager en beverig oud mannetje zijn, een onbekende voor de nieuwe generaties, en er zullen andere namen geroepen worden door de menigte.
Niet opgeven, o goddelijk rijwiel. Als je capituleert zal niet alleen een tijdperk in de sport en een hoofdstuk van de menselijke tradities worden afgesloten, maar ook zal het resterende domein van de illusie, waar eenvoudige lieden rust vinden, nog kleiner worden. Misschien zul je belachelijk lijken, maar trek er weer op uit op een frisse meimorgen, langs de oude wegen van Italië. Wij zullen dan in het algemeen per rakettrein reizen, dank zij de atoomkracht zullen we ons nooit meer moeten
inspannen, we zullen hoogbeschaafd en zeer machtig zijn, maar daar moet je niet op letten, fiets: vlieg jij maar, met je kleine vermogen, langs berg en dal; zweet, zwoeg en lijd. De houthakker zal nog uit zijn eenzame berghut afdalen om je toe te juichen, de vissers zullen van het strand komen, de boekhouders zullen hun boeken in de steek laten, de smid zal het vuur laten uitgaan om je feestelijk te begroeten, de dichters, de dromers, de eenvoudige schepselen die nog een goed hart hebben zullen
elkaar verdringen langs de wegen en dank zij jou hun kommer en ellende vergeten. En de meisjes zullen je bedelven onder bloemen.