Het rijke Vlaamsche wielerlevenKarel VAN WIJNENDAELE, Het rijke Vlaamsche wielerleven (Snoeck-Ducaju, Gent, 1943)
Het klassieke standaardwerk over de echte Flandriens uit het pre-Briek-Schotte-tijdperk.

Een fragment:

[Weest] moedig, taai en sterk van wil! Een rijder moet kunnen vechten tegen vermoeienissen en tegenslagen, of nooit, hoort ge't, Nooit zal hij kampioen worden!
Zijt ge moe, zijt ge af, zijt ge op, zegt en herhaalt gedurig: 't zal beteren!
Hebt ge band- of machienbreuk, zijt ge gevallen of botst ge op andere tegenslagen, denkt nooit aan opgeven! Opgeven, dat is het laatste!
Renner zijn is een stiel die zijn lasten meebrengt. Leert die lasten dragen. Draagt ze geeren. Laat u niet ontmoedigen, maar zegt: ik wil! - en ge zult!
We zouden u honderden voorbeelden kunnen aanhalen van renners die binst de koers glad àf waren, en die toch voortsukkelden, om ten slotte te winnen. […] Zo de tragische geschiedenis van Arthur Linton, in Bordeaux-Parijs, die halfwege den koers geheel leeg is, zich naar de eindmeet sleept, en nog wint. Deze renner beboette zooveel moed en wilskracht met zijn leven. Dat is nu precies ook niet noodig, en zelfs af te keuren, omdat men niet moet overdrijven.
Ik zou nog heele kolommen kunnen vullen met voorbeelden die het gemoed beroeren, en bewijzen dat er alles te winnen is voor menschen die moedig zijn. […]
Leert sterk zijn, sterk van wil, en dan alleen zult ge kampioen worden! 't Is een der schoonste eigenschappen van 't Vlaamsche ras, van moedig te zijn, taai en volhardend. […] Leert uwen wil stalen in de smisse der beproeving!
[…]
We hebben nu reeds heel wat gezegd over den athleet in den renner, en gesproken over de geestelijke faktor in hem. De lichamelijke mensch voert uit, wat de willende of denkende mensch beveelt. Maar in dien eigensten renner is er nog een andere mensch: de moreele, te zeggen deze die moet leeren aan andere menschen, vooral aan de jeugd, hoe en wat men moet doen om grooter en beter te worden of te zijn. Grooter naar het lichaam en de athletieke kunde, maar ook en vooral: grooter naar de ziel. […] De sport moet opleidend werken, anders mist ze haar doel en hare zending. Uitstalling van macht is niet voldoende: in die macht moet er een ziel, en die ziel moet een hefboom zijn naar omhoog!
[…]
Jonge renners, we zien u geeren, omdat ge schoon zijt, en ge zijt schoon omdat ge jong zijt, en de macht en de weelde van't leven in u draagt, en er van mee te deelen hebt, aan allen die met u in voeling komen.
Deelt mild mede van die macht, maar ook en vooral van de opleidende krachten die in u steken. Wordt kerels, mannen uit één stuk, met gedachten in den kop en kruim in de beenen. Maakt dat we fier op u kunnen wezen, omdat ge zijt het levende en tastbare beeld van ons Volk, van dat taaie en sterke Vlaamsche ras, dat "wilde wat was recht, en won wat het wilde"!

 

Onbegrijpelijk toch, dat dit na 1943 nooit meer is herdrukt…

 

« Terug naar het overzicht
Leden Statuten Fietsroutes Activiteiten Links Leestips Contact Homepagina